Print pagina

Innovatiepositie Nederland belemmert economische groeikansen


11 juni 2012

Middenmotor op R&D-gebied
Belang buitenlandse bedrijven stijgende
Nieuw talent stemt ongerust
Innoveren in plaats van saneren

Sectoren die het meest intensief in Research & Development (R&D) investeren groeien het hardst en dragen bovengemiddeld bij aan onze economische groei. Maar tegelijkertijd nemen R&D-investeringen door MKB-ondernemingen structureel af, investeren Nederlandse bedrijven steeds meer in R&D in het buitenland en dreigt Nederland met alleen het eigen arbeidsaanbod de internationale concurrentieslag op termijn te verliezen. Dat staat in De Staat van Nederland Innovatieland 2012, een eerste editie in een reeks van HCSS (The Hague Centre for Strategic Studies) en TNO.

Middenmotor op R&D-gebied
Uit De Staat van Nederland Innovatieland 2012 blijkt dat Nederland kan worden gekwalificeerd als een innovation follower, een middenmotor op R&D-gebied. De R&D-intensiteit (de R&D-uitgaven als percentage van het bruto binnenlands product) ligt in Nederland met 1,84% onder het EU-gemiddelde en ruim onder de Lissabon doelstelling van 3%, en heeft een dalende tendens. Daar tegenover staat dat R&D-intensieve sectoren in Nederland het hardst groeien en bovengemiddeld bijdragen aan economische groei. Dit zijn onder andere de machine industrie, de chemische industrie, de elektrotechnische industrie, de voedingsmiddelen - en drankenindustrie en de IT-dienstverlening.
De ontwikkeling van de R&D-uitgaven van de tien grootste R&D-investeerders in Nederland over de laatste tien jaar leert dat de meeste hun uitgaven in Nederland op vrijwel hetzelfde niveau hebben gecontinueerd. Maar omdat de totale R&D-uitgaven van bedrijven in Nederland in de periode 2000-2010 daalden, duidt dit op een afname van R&D door het midden- en kleinbedrijf. De aanwas van nieuwe original equipment manufacturers (OEM’s) is gering en dat is naar de toekomst toe een groot risico. Oorzaak lijkt niet een gebrek aan ondernemerschap, maar risicoaversie bij andere spelers.
Top

Belang buitenlandse bedrijven stijgende
Het belang van buitenlandse bedrijven voor Nederland is de laatste 10 jaar fors gegroeid. Ongeveer 1% van ons bedrijvenbestand is in buitenlandse handen en is goed voor 31% van de totale omzet in de marktsector en voor 33% van alle R&D-uitgaven. Tegelijkertijd blijkt dat de R&D-uitgaven door Nederlandse bedrijven in het buitenland juist toenemen. Jan Mengelers, bestuursvoorzitter TNO: “Cruciaal is dat Nederland zijn deuren naar de wereld openhoudt en verder naar buiten treedt. Het doen van onderzoek levert namelijk naast directe kennis ook werkgelegenheid op. Dat betekent het koesteren en faciliteren van Nederlandse bedrijven in het buitenland, maar ook van buitenlandse bedrijven in eigen land. Bij het aantrekken van nieuwe buitenlandse bedrijven (hoofdkantoren) is daarom een welomschreven kader en visie op R&D en innovatie wenselijk. Innovatie is een ‘global game’ en daarin moet internationaal gezien Nederland aantrekkelijk zijn met een sterk ‘R&D-klimaat’.”
Top

Nieuw talent stemt ongerust
Ook de achterblijvende aanwas van nieuw talent, vooral van jonge middelbaar- en hoogopgeleiden in de exacte wetenschappen en techniek stemt ongerust. “Met alleen het ‘eigen’ arbeidsaanbod van nationale bodem dreigt Nederland de internationale concurrentieslag op termijn te verliezen. Met de snelle vergrijzing die ons land door maakt, is bijsturing van beleid urgent”, aldus Jan Mengelers.
Top

Innoveren in plaats van saneren
Jan Mengelers: “Elke euro aan innovatie levert een veelvoud aan economische groei, welvaart en werkgelegenheid op. Nederland is met het Topsectorenbeleid een goede weg ingeslagen en moet nu, voortbouwend daarop, toewerken naar een nationaal en breed gedragen Kennis- en Innovatiepact voor Nederland. Met alleen behoud van het bestaande komen we er niet. Bezuinigingen dreigen Nederland ver terug te zetten ten opzichte van naaste concurrenten.”
Top

“Het verheugt mij zeer dat een aantal belangrijke vertegenwoordigers uit de ‘gouden driehoek’, waaronder VNO-NCW, ASML, Philips, VSNU, NWO, MKB Nederland en KNAW, heeft aangegeven mee te willen denken bij de ontwikkeling van Innovatie2020. De groep gaat acties en adviezen formuleren die nodig zijn om de innovatie- en concurrentiepositie van Nederland te versterken. In een tijd van bestuurlijke luwte is dit initiatief noodzakelijk omdat het continuïteit geeft aan de eerder in gang gezette innovatie-impulsen en nieuwe impulsen hard nodig zijn voor onze toekomstige welvaart. Ik ben ervan overtuigd dat we ons met vereende krachten uit de recessie kunnen innoveren.”
Top

Bron: TNO


Terug