Print pagina

Nieuwe methode om beleidsvervreemding tegen te gaan


Artsen, docenten en andere professionals demonstreren regelmatig tegen allerlei maatregelen omdat ze deze niet zinvol vinden voor de samenleving en niet voor hun eigen cliënten. De weerstand zit hem vooral in de inhoud van het nieuwe beleid. Ze zijn dus niet, zoals politici en managers vaak denken, per definitie tegen nieuw beleid omdat ze veranderingen schuwen of de waarde van de economische doelen niet waarderen. Dat blijkt uit het proefschrift 'Beleidsvervreemding: Een analyse van ervaringen van publieke professionals met nieuw beleid' van Lars Tummers, waarop hij 2 maart 2012 promoveerde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Volgens Tummers wordt de weerstand gevoed door de opvatting van professionals dat het middel de doelen helemaal niet bereikt. Zij zien bijvoorbeeld niet hoe hun eigen cliënten erop vooruitgaan door de invoering van nieuw overheidsbeleid. Maar ze beseffen wel degelijk dat er moet worden bezuinigd. Zo was bijvoorbeeld 75 procent van de zorgprofessionals in de GGZ het (zeer) eens met de stelling “Ik vind het bevorderen van efficiëntie in de geestelijke gezondheidszorg een heel goed doel”.

Tummers ontwikkelde een theoretisch raamwerk voor ‘beleidsvervreemding’, waarbij hij beleid in de zorg, de sociale zekerheid en het onderwijs analyseerde. Maar, zegt Tummers, je kunt het beter gebruiken om de effecten van tevoren te analyseren, zodat je de regels van het beleid nog kunt aanpassen. Zowel bestuurskundigen, beleidsmakers, managers als professionals kunnen het inzetten als meetinstrument voor beleidsvervreemding om beleidsprestaties eerst te begrijpen en daarna te verbeteren.

Tummers raadt ook aan om professionals expliciet te betrekken bij beleidsvorming, zodat hun kennis beter wordt benut. Professionals willen best meewerken aan beleid dat kostenbesparing als doel heeft. Bovendien voelen ze zich dan meer verbonden met het beleid, en spannen zij zich er meer voor in. Lars Tummers vindt ook dat professionals de hand in eigen boezem kunnen steken. Ook zij zijn verantwoordelijk voor de totstandkoming van goed beleid. Professionele verenigingen doen vaak een beroep op professionals, maar daaraan wordt niet altijd gehoor gegeven. Meer professionals kunnen zitting nemen in klankbordgroepen van hun eigen beroepsvereniging, deelnemen aan congressen over nieuw beleid, meewerken aan internetfora en participeren in landelijke werkgroepen. Hopelijk kunnen we dan in de toekomst praten over ´beleidsomarming´ in plaats van beleidsvervreemding.

 

Bron: Erasmus Universiteit Rotterdam


Terug