Print pagina

Effectief besturen vraagt om meervoudige managementprocessen


2 november 2011

Tien managementprocessen

Managers die hun organisatie goed willen besturen, moeten zich meer richten op ‘drievoudige managementprocessen’. Managers richten zich te veel op financieel en risicomanagement. Maar in control zijn betekent meer vooruit kijken in plaats van terugblikken, en meer systematisch besturen dan verantwoorden. Dat is de mening van Wouter ten Have in zijn proefschrift “Weg van verandering: systematisch besturen”, waarop hij op 26 oktober 2011 promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij onderzocht het bestuursproces van twaalf complexe non-profit organisaties en ontwikkelde een model voor meervoudige managementprocessen.

Er is veel aandacht voor het financieel in control zijn van organisaties. Dat is een direct gevolg van affaires zoals bij Enron en Ahold en de daaropvolgende discussies over goed bestuur – denk aan de code Tabaksblat voor goed bestuur (Commissie Tabaksblat, 2003) en de commissie Frijns (Commissie Frijns, 2005). Veel minder aandacht is er voor wat in control betekent voor managers die hun organisatie goed willen besturen. Wat maakt dat de ene organisatie wel in control is en de andere (net) niet? Wouter ten Have maakte het specifieker en keek naar welke (samengestelde) managementprocessen het verschil maken tussen organisaties die wel en die niet systematisch bestuurd worden. Oftewel: wat maakt dat een organisatie de stap maakt van proces- naar systeemgerichtheid? Hij ontdekte dat systematisch bestuurde organisaties de zogenaamde ‘drievoudige managementprocessen’ beter toepassen dan de andere organisaties. Dat doen ze ook met de tweevoudige managementprocessen, maar volgens Ten Have zijn dat noodzakelijke, niet voldoende voorwaarden om ervoor te zorgen dat een complexe non-profit organisatie in control is.

Tien managementprocessen
Wouter ten Have ontwikkelde een nieuw model voor ManagementProcessen: het MP-model. Het is een verbijzondering van het bestaande RCSF-model. Hij bracht in zijn proefschrift 10 managementprocessen in kaart, 6 tweevoudige en 4 drievoudige processen. Voor de indeling gebruikte hij de coördinaten uit het RCSF-model: Richting, Consistentie, Samenhang en Feedback.
De 10 managementprocessen (met erachter de betreffende coördinaten) zijn: policy deployment (RC), key process management (RS), strategic monitoring(RF), interface management (CS), operational control (CF), process improvement (SF), strategic goal setting (RCS), strategic learning (RCF), organisational learning (RSF) en management control (CSF).

Bron: Vrije Universiteit Amsterdam


Terug