Print pagina

Taakherschikking tussen professionals positief voor kwaliteit van zorg: breng routinematige handelingen elders onder


Potentiële risico’s
Betere zorg door gespecialiseerde niet-artsen
Betrokken zorgverleners zien positieve effecten
Vastleggen taken en verantwoordelijkheden
Waarborgen opleiding en nascholing

Hoewel taakherschikking in de medische sector risico’s met zich meebrengt, blijkt de positieve bijdrage aan veilige, effectieve, patiëntgerichte en toegankelijke zorg reden genoeg om de twijfels weg te nemen. Taakherschikking is het verschuiven van taken tussen verschillende beroepsgroepen. Vanuit het perspectief van de patiënt en de kwaliteit van zorg  is er zelfs alle aanleiding om zo’n verschuiving te stimuleren. Deze conclusie trekt de Inspectie voor de Gezondheidszorg na verkennend onderzoek naar vijf vormen van taakherschikking in de cure, care en preventieve gezondheidszorg. Patiënten hebben er merkbaar voordeel van, onder meer omdat ze beter op hun persoon toegesneden zorg krijgen, complicaties sneller worden herkend en medicatie sneller is ‘ingeregeld’. Voorbeelden van een dergelijke taakherschikking is het structureel verschuiven van taken van een arts naar een niet-arts (zoals een nurse practitioner of gespecialiseerde verpleegkundige) of van een gespecialiseerde naar een generalistische arts (zoals van een Arts Verstandelijk Gehandicapten naar de huisarts).
Top

Potentiële risico’s
Naast de voordelen van taakherschikking zijn in dit onderzoek ook potentiële risico’s in kaart gebracht. Deels zijn dit bekende risico’s, zoals het gebruiken van meerdere dossiers wat overdrachtsproblemen tot gevolg kan hebben. Daarnaast ziet de inspectie nieuwe risico’s ontstaan: taakherschikking leidt tot meer versnippering in de zorg. Met name voor mensen met meer aandoeningen is het een risico als niemand de regie neemt over de behandeling van deze patiënten. Ook constateert de inspectie dat de huidige financieringssystematiek een belemmering kan vormen voor de continuïteit van nieuwe zorgvormen. Instellingen en beroepsgroepen kunnen veel risico’s zelf ondervangen, maar op een aantal punten zijn maatregelen door beroepsorganisaties en de overheid gewenst.
Top

Betere zorg door gespecialiseerde niet-artsen
Veel voorspelbare en routinematige medische handelingen, nu nog vaak door artsen uitgevoerd, kunnen heel goed - of zelfs beter - door speciaal hiervoor opgeleide andere beroepsgroepen worden verricht. Dit geldt bijvoorbeeld voor patiënten met een chronische ziekte zonder bijkomende aandoeningen (comorbiditeit). Gespecialiseerde verpleegkundigen, nurse practitioners, physician assistents en praktijkondersteuners bij huisartsen volgen in het algemeen protocollen beter dan de arts en hebben - door meer contactmomenten met patiënten - hun medicatie ook sneller ingeregeld. Meer contact leidt er bovendien toe dat complicaties eerder aan het licht komen. Deze ontwikkeling leidt zo tot effectievere en veiligere zorg voor patiënten. Er is ook meer tijd en aandacht voor begeleiding van patiënten en voorlichting over de behandeling en leefstijl. Uit het onderzoek komen veel voorbeelden naar voren, waarbij het voor chronische patiënten die actief worden gevolgd, moeilijker is zich aan de behandeling te onttrekken (bijvoorbeeld door ze na te bellen als ze niet komen opdagen). Dit is een uitbreiding van de zorg die voorheen door artsen niet werd geboden.
Top

Betrokken zorgverleners zien positieve effecten
Ook in de caresector lijken de veiligheid en effectiviteit van de zorg toegenomen bij de twee voorbeelden die de inspectie heeft onderzocht. Geïnterviewden (zowel medisch specialisten, als verpleeghuisartsen, huisartsen en nurse practitioners) zien dat de verschuiving van de tweede naar de eerste lijn gunstig is voor de kwaliteit van de geleverde zorg. Maatschappelijke ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat meer gehandicapten in woonwijken wonen, vaak op grote afstand van het instellingsterrein. Daardoor verschuift de basismedische zorg van de instellingsarts en later de Arts Verstandelijk Gehandicapten naar huisartsen en nurse practitioners. Oudere psychiatrische patiënten verhuizen vaker van een ggz-instelling naar verpleeg- of verzorgingshuizen, waardoor de medische zorg ook naar de verpleeghuisarts of huisarts verschuift. Geïnterviewden geven verder aan dat er in de nieuwe woonsituatie meer aandacht is voor kwaliteit van leven en dat bewoners minder als patiënt worden gezien. Dit wordt echter zelden bij bewoners of hun relaties getoetst.
Top

Vastleggen taken en verantwoordelijkheden
Instellingen en beroepsgroepen doen zelf veel om risico’s te beperken, die door taakherschikking kunnen ontstaan. Dit geldt in alle onderzochte sectoren. De taken en verantwoordelijkheden zijn in de onderzochte casus over het algemeen goed vastgelegd en geprotocolleerd. Soms gebeurt dit al aan het begin van een taakherschikkingsproject, soms later, bijvoorbeeld in het kader van HKZ-certificering. In protocollen zijn potentiële risico's ondervangen. De protocollen zijn operationeel en meestal geborgd. Ook supervisie en casusbesprekingen zijn veel voorkomende manieren om risico's te verminderen.
Top

Waarborgen opleiding en nascholing
Volgens de onderzoekers is een ander belangrijk punt het waarborgen van goede scholing en nascholing. Dat is nog niet voor alle nieuwe beroepsgroepen goed geregeld. Zo ontbreekt de verplichte nascholing voor praktijkondersteuners in de huisartsenpraktijk. Er is een betere match nodig tussen de eisen die taakherschikking stelt aan diverse beroepsgroepen en de competenties waar de reguliere opleidingen zich op richten. Dit geldt niet alleen voor de nieuwe beroepen. Ook aan artsen worden andere eisen gesteld - ze zijn niet meer de algemene behandelaar. Door taakherschikking richten zij zich vooral op de behandeling van complexe gevallen en coördinatie van de zorg.
Top

Bron: Staat van de Gezondheidszorg 2007


Terug