Print pagina

ISO ontwikkelt richtlijn voor MVO


De International Organization for Standardization (ISO) ontwikkelt de nieuwe richtlijn ISO 26000 op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). De ISO 26000, die in 2009 het licht zou moeten zien, heeft als doel het bedrijfsleven en andere organisaties te ondersteunen bij het geven van invulling aan Social Responsibility (in Nederland MVO genoemd). Aan de orde komen de fundamentele principes, zoals transparantie, en MVO-issues, zoals milieu en mensenrechten. Daarnaast komt het wereldwijde begrippenkader voor MVO aan bod. Ook biedt ISO 26000 een raamwerk voor implementatie van internationale principes/conventies op het terrein van MVO.

ISO 26000 geeft praktische richtlijnen voor:
• het opzetten en implementeren van MVO
• het identificeren en betrekken van stakeholders
• het vergroten van geloofwaardigheid van claims en communicatie op het gebied van
MVO.
Ook wordt met ISO 26000 een wereldwijde basis gelegd voor een uniforme terminologie. Nadrukkelijk wordt gesproken van een ondersteunende richtlijn en niet van een certificeerbare norm. ISO 26000 wordt geen norm voor een MVO-managementsysteem, maar geeft adviezen hoe organisaties MVO-aspecten kunnen koppelen aan al bestaande systemen in de organisatie.

De richtlijn heeft vooral betekenis voor organisaties die ondersteuning willen in het operationaliseren van MVO en die zoeken naar praktisch advies voor het identificeren en betrekken van stakeholders en daarbij willen aansluiten bij een wereldwijd geaccepteerde aanpak. ISO 26000 houdt bij dit ‘international level playing field’ overigens goed rekening met variërende lokale omstandigheden.
Volgens ISO dient de richtlijn:

  • organisaties te ondersteunen om hun verantwoordelijkheden op het vlak van MVO te verhelderen, rekening houdend met culturele, sociale en wettelijke verschillen, omgevings- en milieufactoren en verschillen in economische ontwikkeling;
  • de nadruk te leggen op resultaten en prestatieverbetering;
  • het vertrouwen en de tevredenheid te vergroten in organisaties bij klanten en andere stakeholders;
  • consistent te zijn en niet tegenstrijdig aan bestaande documenten, internationale verdragen en conventies en bestaande ISO normen;
  • niet de pretenderen om de autoriteit aan te tasten van de overheden om organisaties aan te spreken op hun MVO-verantwoordelijkheid;
  • een gemeenschappelijke terminologie en definities op vlak van MVO te ontwikkelen, promoten en stimuleren;
  • MVO-bewustzijn te verspreiden en bevorderen.

Dat betekent dat ISO zichzelf een aantal belangrijke beperkingen heeft opgelegd. Zo zal de  richtlijn geen zaken beschrijven die langs politieke weg worden geregeld (bijv. mensenrechten, milieurichtlijnen en internationale arbeidsconventies). En blijft er veel ruimte over voor de verschillende interpretaties die men in verschillende delen van de wereld aan MVO geeft. Door deze restricties die ISO zichzelf oplegt, is het de vraag of mensenrechten en milieu aspecten wel voldoende aan bod komen. Daarmee zit er nog te veel vrijblijvendheid in de richtlijn en bestaat de kans dat het meer een politiek document wordt met een groot draagvlak dan een document met echte betekenis voor MVO.

Bron: ISO


Terug