Print pagina

Pieken op commando! - reportage Lustrumbijeenkomst 10 november 2009 TQ©


Een sterk lichaam met een goede techniek gaat pas hard
Ups en downs
Concurrent van je ploeggenoot
Trainingsprogramma is gebaseerd op 3 peilers
Eerst werken aan een topsporter, dan pas aan een topprestatie
Modellen en systemen

Om tot de top te behoren, moeten we presteren. Maar presteren moet je leren. In de sportwereld is alles erop gericht om een topprestatie te leveren - om op dat ene moment te pieken. Waar het hierbij om draait zijn de mentale en fysieke gezondheid, concurrentie, stress en prestatiedruk, trainingschema's, coaching en aan- en afleren. Topsport is een voorbeeld voor veel bedrijven en organisaties. Hoe kom je als manager met je organisatie tot topprestaties? Werk je met persoonlijke doelstellingen? Hoe is het coachen en begeleiden vanuit het management geregeld? Voor deze vragen waren we op 10 november in Thialf, het schaatsmekka van Nederland. Junior schaatstalent Demian Roelofs en schaatstrainer Peter Kolder vertelden daar ieder hun eigen verhaal over de schaatstraining in Heerenveen.

     
   Twente Quality Centre is in 2009 vijf jaar zelfstandig en heeft zijn 66e themabijeenkomst daarom tot lustrumbijeenkomst gedoopt. Als locatie is voor Thialf gekozen, omdat het de thuisbasis is van junior schaatstalent Demian Roelofs die gesponsord wordt door TQC. Demian behoort vanaf zomer 2008 tot de selectie van Jong Oranje. Na zijn eindexamen atheneum verhuisde hij naar Heerenveen. Daardoor kan hij al zijn energie stoppen in de schaatstraining. Aan het einde van schaatsseizoen 2009/2010 weet hij of hij door kan als professioneel schaatser. Op het TQC-lustrum vertelde Demian hoe hij het beste uit zichzelf haalt en vertelde Peter Kolder hoe de training voor topschaatsers is georganiseerd. Peter Kolder heeft 15 jaar ervaring als schaatscoach en trainde onder meer Sven Kramer en Ireen Wüst.    
     

Een sterk lichaam met een goede techniek gaat pas hard
Thialf is een fantastische trainingsaccommodatie; het bezit alle faciliteiten die nodig zijn bij topsport. De trainers hebben een helder doel voor ogen: de fysieke en mentale gesteldheid van de schaatsers moeten op en top zijn. In de sportwereld is daarom alles op elkaar afgestemd: niet alleen de training en de materialen, maar ook de mentale begeleiding en de voeding. Er komt dus nogal wat bij kijken om topsporter te worden. Volgens Demian Roelofs is de basisvoorwaarde om harder te gaan schaatsen niet alleen trainen, maar ook voldoende rusten en goed eten. “Je moet je lichaam sterker maken. Als topsporter moet je uren en uren investeren in een prestatie die maximaal een kwartier duurt en soms zelfs beslist wordt in honderdsten van een seconde. Effectiever schaatsen is leren om al je kracht om te zetten in snelheid. De kracht die je in het krachthonk ontwikkelt, leer je gebruiken op het ijs. Een sterk lichaam met een goede techniek gaat pas hard. Dat is het mooie aan schaatsen.”

Volgens zijn coach Peter Kolder zit de kunst van het hard schaatsen vooral in de techniek en veel minder in de kracht.
Demian traint soms wel 3 keer per dag. “Ik wil voor iedere training weer fit zijn om kwaliteit te laten zien. Daarom is het belangrijk om goed te rusten. Aan school doe ik niet meer, dus ik heb alle tijd om mijn dag zo in te delen dat ik op alle trainingen volle bak kan gaan. Dan hebben we nog het eten. Je hebt energie nodig voor een training en erna heb je energie nodig om te herstellen. Daarom moet ik mijn voeding aanvullen met de juiste eiwitten en koolhydraten. Alleen dan kan je lichaam beter en sterker worden.”
Demian opent een blik en vertelt dat dat het voedingssupplement is. Dit wil nog wel eens problemen veroorzaken aan de grens. Douaniers vertrouwen de voedingssupplementen van de sporters niet. Niet zo vreemd als je beseft dat het om een wit poeder gaat dat in blikken wordt meegenomen.
Eens in de 6 weken wordt er bloed geprikt bij de schaatsers om te checken of ze gezond zijn en niet overtraind raken. Verder moeten de junior schaatsers steeds vragenlijsten invullen en een logboek bijhouden om in de gaten te houden hoe ze zich voelen, hoeveel ze slapen, of ze vermoeid raken of niet.
Top

Ups en downs
Naast de fysieke, is er ook een mentale training. Demian: “Tegenwoordig heb je iets nieuws in het leven van een topsporter: de mentale training. In het begin vond ik het maar niets, maar langzaamaan draai ik bij. De trucjes en oefeningen die je leert, zijn erg nuttig. Zolang de mentale trainer mij maar niet verteld hoe ik me moet voelen of wat ik moet denken.” Een belangrijk onderdeel van de mentale training is visualisatie: het in je hoofd nadoen van schaatsbewegingen, van een goede start en het inbeelden van succes. Demian vervolgt: “In je hersenen gebeurt dan eigenlijk hetzelfde als wanneer je echt aan het schaatsen bent. Met visualisatie bereid je je voor op een wedstrijd of om jezelf technisch te verbeteren.”
Als topsporter heb je te maken met ups en downs. Demian beaamt dat je dalen nodig hebt om te kunnen pieken, want dan voel je pas echt het verschil. “Wanneer het erg goed gaat, ben je de koning te rijk. Maar wanneer je ‘nog geen deuk in een pakje boter’ rijdt, kun je in een aardige depressie raken. En dat is voor mij ook het mooie van topsport. Je prestaties zijn goed meetbaar en iedereen kan zien of het wel of niet goed met je gaat. Voor mij is het erg belangrijk dat ik met vreugde en verdriet goed kan omgaan. Wanneer ik een perfecte race rijd, is het niet zo moeilijk om blij te zijn. Maar vooral bij de races die niet echt goed en niet slecht zijn, is een reactie best lastig. Soms moet je tevreden zijn met een matige race, bijvoorbeeld na een zware trainingsweek. Maar af en toe is het na een matige race juist goed om jezelf uit te schelden. Daarom is het voor mij erg belangrijk om voor iedere wedstrijd een doel te stellen.” Volgens Demian is het stellen van doelen sowieso goed om jezelf te motiveren. “In de zomer werk je aan jezelf door te fietsen of te skeeleren. Als ik geen zin heb om te fietsen, dan zeg ik tegen mezelf: ‘ik wil Nederlands kampioen worden’ en dan fiets ik zonder moeite door.”
Top

Concurrent van je ploeggenoot
Als schaatser kun je niet zonder je ploeggenoten, maar uiteindelijk moet je het allemaal zelf doen. Peter Kolder: “Om te winnen, heb je iemand anders nodig. Maar tijdens een wedstrijd moet je je niet vergelijken met anderen die beter rijden. Je moet je alsmaar focussen op één ding: hard rijden en beter schaatsen.” Vooral in trainingskampen en bij lange duurtochten is de groep belangrijk. Demian: “De groep heb je nodig. Wanneer ik een minder goede dag heb of er mentaal doorheen zit, laat ik me meesleuren door mijn ploegmaten. Op trainingskampen is lol maken onmisbaar. Maar uiteindelijk is het zo dat ik als schaatser alleen voor mezelf werk. Bij wedstrijden waar het op aan komt, ben je de concurrent van je ploeggenoot. Dat levert - zeker richting de belangrijke wedstrijden - heel wat spanningen op: waar je voorheen samenwerkte om sterker te worden, bevecht je elkaar nu om de beste te zijn. Daarmee omgaan is een hele kunst. Voor belangrijke wedstrijden verwacht ik een rotsfeer en rotopmerkingen van mijn ploegmaten. Wanneer je met het ergste rekening houdt, kan het alleen maar meevallen.” Peter Kolder vervolgt: “Schaatsen is in principe een individuele sport, maar je hebt elkaar wel nodig voor je ontwikkeling. Je hebt in Nederland niet voor niets schaatsteams.”
Top

Trainingsprogramma is gebaseerd op 3 peilers
Het Jong Oranje-team, dat ieder jaar van samenstelling verandert, bestaat uit 8 pupillen. Het begeleidingsteam bestaat uit acht mensen: een assistent-coach, 2 fysiotherapeuten, een sportarts, sportpsycholoog, counseler, sportdiëtist en schaatscoach Peter Kolder zelf. De begeleiding is daarmee 1 op 1. De schaatsers kunnen naast hun training gewoon naar school of verder studeren, omdat Heerenveen die faciliteiten biedt. Het heeft de status van Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO). Heerenveen is daarmee de derde CTO-locatie in Nederland, naast Papendal en Amsterdam. Peter Kolder: “De 8 schaatsers wonen allemaal in Heerenveen. Dat geeft Jong Oranje een voorsprong op de teams in de gewesten. Ons team komt steeds meer in de buurt van de commerciële teams.”
In de filosofie van de schaatstraining staat de sporter centraal, waarbij de schaatscoach en andere begeleiders een sturende functie hebben. Peter: “We maken een profiel van onze sporters en stemmen daar de begeleiding en training op af. We toetsen ze aan de schalen in de topsport. Onze schaatsers scoren op bijvoorbeeld doorzettingsvermogen bijna 100%.”
Volgens Peter Kolder is het trainingsprogramma gebaseerd op 3 peilers: een fysiek, technisch en een mentaal programma. “Op alle drie deze gebieden moeten ze vooruitgang boeken. De techniek loopt overal doorheen. Zo moet een goede techniek bij de krachttraining zorgen voor het voorkomen van blessures. Je kunt fysiek en mentaal nog zo goed zijn, maar je moet techniek kunnen omzetten in snelheid. Om het mentale programma te maken, laten wij ze een vragenlijst invullen, waarmee we een inschatting maken van hun negatieve en positieve energie en hun mentale representatie. Hoe goed zijn ze in het inbeelden, zich voorstellen hoe ze moeten schaatsen? Ook erg belangrijk is gedachtentraining. Welke gedachten heeft de schaatser onderweg? Wat doet het rondebord met de schaatser? Ze moeten leren om de informatie op te nemen, zonder er wat mee te doen. Het rondebord mag de schaatser niet afleiden.” Door de mentale begeleiding weten de trainers op welke manier ze hun pupillen kunnen stimuleren om het beste uit zichzelf te halen. Peter vervolgt: “Voor de een is het goed om te horen dat het slecht is gegaan, maar voor de ander is het beter om te zeggen dat er wel weer een kans komt. Soms is het beter om met de vuist op tafel te slaan en soms moet je het gewoon laten gebeuren.”
Top

Eerst werken aan een topsporter, dan pas aan een topprestatie
Hoe zit het met de manier van coachen? Peter: “In iedere fase van de topsport is er een andere benadering van coaching nodig. Het NOC*NSF (Nederlands Olympisch Comité* Nederlandse Sport Federatie, red.) zet niet voor niets in op talentcoaches en coaches aan de top. Jong Oranje sporters moet je nog leren om topsporter te worden. Zijn ze 2 jaar verder, dan moet je ze leren om een topprestatie te leveren. Dit vraagt om een andere aanpak. Je bent dan meer met coaching bezig. Wat ik nu doe bij Jong Oranje is veel directer, het is meer trainen: ze moeten dingen doen, veel oefenen en daarna vertellen hoe het was, zodat we de training kunnen aanpassen. Oudere sporters weten al hoe het is en hoe het voelt. Dan ben je meer met overleg bezig.”
Top

Modellen en systemen
Schaatscoach Peter Kolder vraagt de aanwezigen op het lustrum wat doorslaggevender is voor de prestaties van topsporters: de 4 uur training per dag of de overige 20 uur? Na alles wat er vertelt is, snappen de aanwezigen dat dit een instinker is. Dus kiezen ze voor de 20 uur. Peter legt uit: “Alleen voor de techniek is die 4 uur belangrijk, want je wordt technisch alleen maar beter door te oefenen. Voor al het andere is die 20 uur het belangrijkst. Het is moeilijk sporters aan het verstand te brengen dat je van het trainen niet beter wordt. Van de training zelf wordt je juist minder goed. Daarná wordt je pas beter, als je lichaam uitrust en de tekorten aanvult. Sporters hebben moeite om hieraan toe te geven en uit te rusten.”
Peter Kolder vertelt dat er verschillende modellen en systemen zijn om het beste uit de sporters te halen. Het eerste dat hij noemt is het ‘Model van Flow’, een model waarmee je te maken hebt bij elke sport op elk niveau.



Peter: “Dit model laat zien dat de sporter zich niet moet gaan vervelen, want dan ben je ze kwijt. Maar angst, stress en paniek gaan ook te ver. Je schakelt tijdens de training voortdurend tussen de twee uitersten in het model: comfort/geen uitdaging/geen focus en onzekerheid/risicobereidheid/uitdaging. Een voorbeeld van comfort is onze duurtraining. Dit is voor een schaatser niet leuk, omdat het te makkelijk en te langzaam gaat. Je hebt het nodig om beter te worden, maar technisch kun je weinig bijsturen. Daartegenover moet je ook wel eens aan de onzekere kant zitten, wanneer je nieuwe dingen leert en je techniek verbetert. Tijdens de wedstrijden, als je moet presteren, zit je in het midden van het model. Dan ga je niet meer corrigeren op wat er technisch anders moet.”
Nog in ontwikkeling bij de groep Bewegingswetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen is het talentvolgsysteem. Peter Kolder: “Hierin stoppen we alle resultaten van fietstesten, sprongentesten, krachttesten en natuurlijk alle schaatsresultaten. We hopen dat we hiermee over 4 jaar meer kunnen voorspellen dan nu. Waarschijnlijk laat het systeem straks dingen zien, die wij over het hoofd zagen. Dat is vaak het geval als je een statistische model gaat gebruiken.”
Het laatste systeem dat Peter Kolder ons laat zien, is het LPM-systeem. Het is bedoeld om de positie, snelheid en hartactiviteit van de schaatser te volgen. Schaatscoaches kunnen de schaatsers hiermee corrigeren, nieuwe strategieën ontwikkelen of de opbouw van een race verbeteren. “Het LPM-systeem is eigenlijk een lokaal GPS-systeem. In de hal hangen op 12 plekken witte bakens en de schaatser draagt een klein zendertje op zijn hesje. Wij kunnen op het computerscherm precies zien hoe de schaatser beweegt over de ijsbaan.” Peter laat ons een 500 meter wedstrijd zien vanaf de start en wijst Demian aan. We zien hem als een puntje dat zich steeds sneller beweegt. Het lijkt alsof hij over het ijs waggelt, maar het zijn de slagen die hij maakt. “We kunnen op 10 cm nauwkeurig zeggen waar de schaatser zich bevindt. We kunnen de slagen tellen, we zien hoeveel meter hij gereden heeft, waar hij versneld of verloren heeft. Je kunt zien wat zijn topsnelheid is gedurende de race.”
De wetenschap schiet dus schaatsers te hulp in hun jacht naar snellere tijden. Maar uiteindelijk zijn de belangrijkste factoren toch in handen van de schaatser zelf; de drie-eenheid techniekbeheersing, fysieke kracht en mentale gesteldheid is doorslaggevend.
Een talent kan alleen optimaal tot ontwikkeling komen wanneer hij zich helemaal kan concentreren op het schaatsen. Dat is dan ook de reden dat Demian door TQC wordt gesponsord. Ook dit seizoen 2009-2010. Tijdens de lustrumbijeenkomst overhandigde Gerard Berendsen een sponsorcheque. Demian enigszins overdonderd: "Vet zeg. Ontzettend bedankt."
Top


Terug