Print pagina

ISO-9000 op zijn retour


Recent meldde het Nederlands Normalisatie-instituut NEN dat de overgang van ISO 9000 naar ISO 9001:2000 succesvol is verlopen. Volgens NEN is "ISO 9001 goed ingebed in de wereldeconomie". Maar wanneer we alleen Nederland onder de loep nemen, zien we een opmerkelijke daling van het aantal ISO 9001-certificaten: in twee jaar tijd is het aantal meer dan gehalveerd. Al geruime tijd gonst het in kwaliteitsland van de geruchten dat ISO steeds minder aanslaat. Maar nu lijkt het door cijfers te worden onderbouwd.


bron: ISO, Geneve

De cijfers van ISO zijn overigens gebaseerd op vrijwillige bijdragen van de certificerende instellingen. In Nederland heeft geen enkele instantie een coördinerende rol. Drie van Nederlands grootste certificerende instellingen plaatsen daarom grote vraagtekens bij de cijfers. Volgens hen is er slechts een kentering te zien van "ongeveer 5 procent". Maar de Raad voor Accreditatie (RvA) merkt op dat er wel degelijk een terugloop in de markt is. Niet zo zeer bij de grote organisaties, maar vooral bij kleinere bedrijven die ieder dubbeltje twee keer omdraaien vanwege de economische recessie. Volgens de RvA twijfelen verschillende certificerende instellingen of ze hun accreditatie nog moeten verlengen.

Een deel van de terugloop is te verklaren, doordat per november 2003 alle oude certificaten afliepen. Veel bedrijven brachten toen bij de overgang naar ISO 9001:2000 meerdere certificaten terug tot één multiple-site certificaat. Verder zijn sector-specifieke kwaliteitsmanagementsystemen steeds meer in opkomst, waarin de eisen van ISO 9001:2000 zijn opgenomen.
Opmerkelijk is het doorzetten van de terugval in 2004. Het lijkt erop dat bedrijven niet meer aan de norm (wensen te) voldoen. Voor een deel geven  bedrijven aan dat het kwaliteitssysteem zodanig is ingesleten, dat een officieel certificaat geen toegevoegde waarde meer heeft. En in sommige branches taalt de klant er niet naar. De kosten wegen niet meer op tegen de baten.
Interne audits leveren nog wel relevante verbeterpunten op in de ogen van de auditor, maar de directie laat deze verbeterpunten regelmatig liggen vanwege andere prioriteiten.

Ook het effect van externe audits wordt in twijfel getrokken. Zo werd nog niet zo lang geleden bij een Sociale Werkvoorziening (SW) een externe audit gehouden door een certificerende instelling. Goed gebruik is dat ook de medewerkers worden bezocht, die buiten op locatie bij een klant werken. De auditor vroeg één van hen naar zijn werkbriefje met opdrachten en ja, dat had de man wel. De auditor ging tevreden weg en het SW-bedrijf slaagde met glans voor het certificaat. Alleen wat de auditor niet wist, was dat de SW-medewerker niet kon lezen...
Te vaak gaan dit soort verhalen de ronde in het bedrijfsleven. Te vaak hoor je dat het certificaat kan worden ‘gekocht’, omdat ook certificerende instellingen hun omzet niet graag kwijtraken en een strenge auditor zijn eigen boterham niet wil schaden. Te vaak hoor je dat een certificaat binnen een half jaar is te halen met slimme software: het kan niet anders dan dat copy en paste hier veel gebruikt worden. En te vaak hoor je dat certificering niets ander is dan: "schrijf op wat je doet en doe wat je opgeschreven hebt".
Eerder onderzoek in 2002 van de Erasmus Universiteit liet zien dat ongeveer driekwart van de gecertificeerde bedrijven een minimalistische benadering hanteerde als het om certificering gaat. Populair gezegd: “Met de hakken over de sloot is voldoende”. Geen wonder dat een certificaat minder wordt gewaardeerd en dat bedrijven zich terdege afvragen of het de investering waard is. En of de cijfers van ISO nu precies kloppen of niet, klaarblijkelijk laten bedrijven het niet alleen bij ‘afvragen’.

Bron: TQC-Vaktueel 2005-1


Terug