Print pagina

‘Leren’ effectiever via workshops en trainingen - TQ©


17 augustus 2009

Maar 20% heeft baat bij online leren

Kennis is kort houdbaar. Des te belangrijker is het om te blijven leren en om personeel daar de mogelijkheid voor te bieden. Uit onderzoek is onlangs gebleken dat online leren minder geschikt is voor de doorsnee student. Onderzoekers van de Maastricht University keuren computerondersteund onderwijs niet af, maar wel het zogenaamde afstandsleren. Je kunt dus maar beter workshops en trainingen volgen, waarin persoonlijke aandacht is gegarandeerd. Voor een hoog rendement zijn de ingrediënten: een trainer met goede didactische vaardigheden, intensieve ondersteuning en action learning, waarbij je leert van elkaars ervaringen en op een actieve manier met vaardigheden oefent. TQC hanteert deze aanpak standaard in haar opleidings- en begeleidingstrajecten. Bovendien heeft TQC jarenlang ervaring in het werken met audiovisueel materiaal en computerondersteund leren, zoals met het opleidingsprogramma Bouwen aan Kwaliteit. Deze methodes vergroten de vaardigheid om opgedane kennis en gekozen oplossingen effectief in te voeren.
Top

Maar 20% heeft baat bij online leren
Bart Rienties, onderzoeker van de Maastricht University School of Business and Economics (vakgroep Educational Research and Development), onderzocht de persoonlijkheidskenmerken van studenten die online studeren. Volgens hem is afstandsleren ‘desastreus’ voor 80% van de gebruikers. Alleen de meer gemotiveerde harde kern (20%) heeft baat bij online leren. “Wat de deelnemers ‘in de harde kern’ karakteriseert is hun intrinsieke motivatie. Ze willen dingen echt begrijpen, uit interesse. Hun leerstijl is vaak diepgaand: ze zoeken naar verbanden en stoppen niet bij het in het hoofd stampen van definities. Het merendeel van de mensen is daarentegen extrinsiek gemotiveerd: ze worden niet hoofdzakelijk door interesse gedreven, maar bijvoorbeeld door carrièrejacht, of omdat ze moeten van hun omgeving. Doordat er in online communities weinig sturing en toezicht is, werkt dat voor de laatste groep niet erg stimulerend om mee te doen. Vooral intrinsiek gemotiveerden doen het goed. Dat klinkt als een voor de hand liggende conclusie, maar tot nu toe is dat nooit echt onderzocht.”
Rientjes gaat vervolgonderzoek doen naar de invloed van onder meer videoconferenties op online leren. Hij hoopt de komende jaren meer succesingrediënten van afstandsleren in kaart te brengen.
Voor geïnteresseerden: komende winter organiseert de Maastricht University voor de tweede keer het internationale congres ‘Student Mobility and ICT’ in Amsterdam.
Top

Bron: Research Magazine (Maastricht University)


Terug